100344 Resultaten voor actuele zoekinstelling map
TrackRank min.. 3
 

Tocht #122083: Heuvelland4daagse dag 2; 9 aug. 2013

Categorie: Wandelen
Netherlands » Limburg » Zuid-Limburgs heuvelland » Berg en Terblijt

gevlekte Aronskelk (Arum maculatum)

Dag 2 van de 26e Heuvelland4daagse op vrijdag 9 augustus 2013.

Start bij: Café 't Vöske
Grote Straat 8
6325, Berg En Terblijt, Limburg, NLD
Tel. 0436040073

www.heuvelland4daagse.nl

Berg en Terblijt is een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg. De gemeente bestond uit de kernen Berg, Terblijt, Vilt en Geulhem. Ze werd opgeheven bij de gemeentelijke herindeling van Zuid-Limburg in 1982 en werd toen samengevoegd met Valkenburg-Houthem, waarmee de huidige gemeente Valkenburg aan de Geul ontstond.
De gemeente werd in 1818 gevormd door een fusie van de gemeente Berg (tot 1795 één van de Elf banken van Sint-Servaas) met de gemeente Terblijt (een oude vrije rijksheerlijkheid). Voor de naam van de nieuwe gemeente werd gekozen voor Berg en Terblijt, ter onderscheiding van andere gemeenten met de naam Berg, zoals het Limburgse Berg aan de Maas. Ook na de de samenvoeging van de gemeente met Valkenburg-Houthem in 1982 worden beide dorpen vaak in één adem genoemd. Voorpostadressen en op de bewegwijzering wordt eveneens de naam Berg en Terblijt gehanteerd.
De kern Berg heeft ongeveer 3500 inwoners; Terblijt 180. Het eveneens van de voormalige gemeente deel uitmakende dorp Vilt heeft 950 inwoners. Veel inwoners van deze kernen zijn forensen. Veel dorpsbewoners werken in Maastricht, onder andere bij de Universiteit Maastricht en het Academisch Ziekenhuis Maastricht.

Valkenburg (Limburgs: Valkeberg of Vallekeberg; Frans: Fauquemont) is een stad in de Nederlandse gemeente Valkenburg aan de Geul, gelegen in het Zuid-Limburgse Heuvelland. Valkenburg is de grootste kern en naamgever van deze gemeente. De plaats Valkenburg omvat ook de ooit als aparte dorpen beschouwde woonwijken Broekhem, Neerhem en Sint Pieter, terwijl ook de iets verder weg gelegen buurtschappen Emmaberg en Heek tot de kern Valkenburg gerekend worden. Valkenburg heeft een sterk toeristisch karakter.

Al vele duizenden jaren voor de christelijke jaartelling was er sprake van menselijke bewoning in de Geulvallei. Talrijke gevonden gebruiksvoorwerpen en diverse fundamenten van bouwwerken zijn het bewijs van een vrij intensieve bewoning in de Romeinse tijd.

De naam Valkenburg verwijst waarschijnlijk naar de middeleeuwse valkerij, de jacht met valken, die in de middeleeuwen populair was bij de adel. Het toponiem burg was oorspronkelijk het Middelnederlandse woord voor (berg)vesting, maar heeft daarnaast ook de betekenis van burcht of kasteel en van stad. De eerste schriftelijke vermelding van de naam Valkenburg dateert van 1041. In dat jaar schonk de Duitse koning Hendrik III een aantal dorpen aan zijn nicht Irmgard. De oorkonde draagt de datum 15 februari 1041 en de naam Falchenberch is duidelijk leesbaar. Historici zijn het er echter over eens dat hier waarschijnlijk niet de tegenwoordige stad Valkenburg mee werd bedoeld, maar Oud-Valkenburg.

Ruïne Kasteel Valkenburg
Waarschijnlijk was het Gosewijn I van Valkenburg, die op de Heunsberg het eerste kasteel van Valkenburg bouwde en van daaruit de stad en het Land van Valkenburg bestuurde. Geleidelijk groeide aan de voet van de Heunsberg een nederzetting, die echter in alle opzichten afhankelijk was van de hooggelegen burcht. De heren van Valkenburg bezaten onder meer het patronaatsrecht van de kerk van Valkenburg en zorgden voor het onderhoud van de verdedigingswerken. Belegeringen en veroveringen kenmerken de geschiedenis van Valkenburg. Zo werd in 1327 tijdens een belegering door hertog Jan III van Brabant de Geul afgedamd en het stadje onder water gezet.

Leden van het huis Valkenburg-Heinsberg speelden een belangrijke rol in de West-Europese geschiedenis. Zo was Gosewijn III een belangrijk bondgenoot en krijgsheer in dienst van keizer Frederik I Barbarossa bij diens Italië-campagnes. Twee leden van de familie bekleedden de belangrijke post van aartsbisschop van Keulen (Filips I en Engelbert II) en één Valkenburgse dochter bracht het zelfs tot Rooms-Duitse koningin (Beatrix van Valkenburg, getrouwd met Richard van Cornwall). In 1352 stierf de Valkenburgse dynastie uit. Toch bleef het Land van Valkenburg als één van de drie landen van Overmaze, min of meer zelfstandig onder Brabants toezicht. In latere jaren waren de drossaarden namens de Hertog van Brabant verantwoordelijk voor onder andere de inning van belastinggelden en de instandhouding van het kasteel en de stadsmuren. De drossaard Dirk van Pallandt zorgde er in 1465 voor dat het beleg door de Luikenaren kon worden afgeslagen.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vonden diverse belegeringen van het Geulstadje plaats, waarvan de bloedigste in 1636 aan ca 50 burgers het leven kostte. In 1644 werd in Valkenburg het simultaneum ingevoerd, wat inhield dat de kerk vanaf dat moment gedeeld moest worden door rooms-katholieken en protestanten. Bij de Vrede van Münster van 1648 werd er geen overeenstemming bereikt over het Land van Valkenburg. Pas in 1661 sloten de Republiek der Verenigde Nederlanden en Spanje het Partagetractaat, waarin de landen van Overmaze werden verdeeld in een Staatse partage en een Spaanse partage. Terwijl het kasteel en de stad Valkenburg Staats werden, bleven de naburige dorpen Sibbe, Oud-Valkenburg, Strucht, Schin op Geul en het Kasteel Oost onder Spaans bestuur. De Geul vormde aan de noordkant van het stadje de grens tussen de twee partages en op het zogenaamde Geuleiland, direct buiten de Geulpoort, verrees in 1661 het Spaans Leenhof. In 1785 sloten de Staten-Generaal en de Oostenrijkse Habsburgers het Tractaat van Fontainebleau, waarbij de eerdergenoemde dorpen Staats werden.

Van het kasteel is thans niet meer dan een ruïne over. In het rampjaar 1672 werd het verwoest door terugtrekkende Hollandse troepen, die wilden voorkomen dat de oprukkende Fransen er gebruik van konden maken. Slechts twee stadspoorten (de Berkelpoort en de Grendelpoort) en een deel van de stadswallen overleefden de vernietiging. Valkenburg was vanaf dat moment niet langer vestingstad, maar behield in bestuurlijk opzicht een zeker belang. Behalve het eerder genoemde Spaans Leenhof, zetelde in het landhuis in de Grotestraat de Staatse rechtbank, waar in de 18e eeuw onder andere strafprocessen werden gevoerd tegen de bende der Bokkenrijders. Een plaquette aan de muur van het streekmuseum, dat op de plaats van het landhuis ligt, herinnert aan deze periode.

Rond het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde zich een nieuwe bron van inkomsten in het tot dan toe voornamelijk agrarisch georiënteerde stadje. De opening van de spoorlijn Aken - Maastricht in 1853 met het Station Valkenburg (het oudste nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Nederland) was een belangrijke stap op weg naar ontsluiting van het tot dan toe betrekkelijk geïsoleerde gebied voor het toerisme. Om de toeristen beter van informatie te voorzien en voor aanvullende activiteiten te zorgen, werd in 1885 in Valkenburg de allereerste VVV van Nederland opgericht.

Tot ver in de 20e eeuw behoorden huizen direct buiten de stadsmuur van Valkenburg gelegen tot andere gemeenten en parochies. Zo behoorden de huizen buiten de Grendelpoort tot de parochie en gemeente Berg en Terblijt. De wijk Neerhem buiten de Berkelpoort behoorde tot 1948 tot Oud-Valkenburg. Bij de bevrijding door de Amerikanen in september 1944 werden in Valkenburg grote verwoestingen aangericht, waarbij onder andere alle Geulbruggen werden opgeblazen. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het toerisme in Valkenburg zich voorspoedig, wat in de jaren 1970 zelfs tot ongewenste uitwassen leidde door de aanwezigheid van grote groepen (vooral jonge) toeristen in de zomermaanden. De daarop volgende achteruitgang in bezoekersaantallen leidde tot een heroriëntering en het inzetten op hoogwaardige vormen van toerisme.

Een deel van het centrum van Valkenburg geniet bescherming als rijksbeschermd gezicht Valkenburg. Binnen dit gebied, maar ook buiten het centrum, liggen een groot aantal rijksmonumenten.
In het centrum van Valkenburg liggen een aantal bouwwerken die van strategisch belang waren voor de hoofdstad van het Land van Valkenburg, onder andere de ruïne van het Kasteel Valkenburg (de enige hoogteburcht in Nederland), het Kasteel Den Halder (oorspronkelijk een middeleeuwse vestingtoren, later verbouwd tot kasteelachtig huis), een deel van de middeleeuwse stadsmuur (in het Den Halderpark), de twee stadspoorten Berkelpoort en Grendelpoort. Deze laatste poort zal in 2014 worden gerestaureerd (en verhoogd), terwijl voor hetzelfde jaar ook de herbouw van de verdwenen Geulpoort is gepland.

Kerken, kloosters en andere religieuze bouwwerken.
De rooms-katholieke H.H. Nicolaas en Barbarakerk is een gotische kerk met een romaanse toren, die eind 19e eeuw door Pierre Cuypers aanzienlijk werd vergroot. De kerk wordt ook wel "oude kerk" genoemd, ter onderscheiding van de "nieuwe kerk", de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand uit 1961. In de wijk Broekhem staat de Sint-Jozefkerk, een ontwerp van Alphons Boosten uit 1931. Aan de Plenkertstraat staat het voormalige Hervormde kerkje van Valkenburg, dat thans dienst doet als restaurant. De protestantse gemeente van Valkenburg kerkt nu in de Kloosterkerk, de kapel van het voormalige Franciscanessenklooster. Dit klooster, evenals dat van de Paters H.H. Harten (ofwel "paters van de Cauberg") en het voormalig jezuïetenklooster (later Jozefklooster) zijn monumentale gebouwen, die getuigen van het rijke roomse leven in het Geulstadje en waarvoor thans andere bestemmingen gezocht worden. Zeer bijzonder is de Begraafplaats Cauberg, terrasvormig aangelegd op de steile helling van de Cauberg, met onder andere voor Nederland unieke galerijgraven en een viertal grafmonumenten die de status van rijksmonument bezitten. Andere religieuze monumenten in Valkenburg zijn de Lourdesgrot op de Cauberg, de Romeinse Katakomben en de kluis op de Schaelsberg.

Andere monumentale gebouwen in de binnenstad zijn het Spaans Leenhof (een 17e-eeuws gerechtsgebouw), de Oude of Banmolen, de Franse Molen en het voormalige raadhuis (thans streekmuseum Het Land van Valkenburg). Buiten het centrum bevinden zich enkele voorname kastelen, kasteelboerderijen, villa's en buitenverblijven, waaronder Kasteel Oost (14e-19e eeuw) met fraaie tuinen, Villa Alpha aan de Plenkertstraat, Villa Leeuwenhorst aan de Nieuweweg, Villa Jacoba aan de Kloosterweg, en de villa's Beukenhof, Geerlinkshof, Sole Mio en Bella Vista in Broekhem.

De bekende architect Pierre Cuypers woonde van 1894 tot 1898 aan de Neerhem in Valkenburg. Al voor die tijd, maar ook erna, verbleef hij regelmatig in het Geulstadje en werkte hij mee aan de realisering van een aantal projecten, die belangrijk waren voor de ontwikkeling van Valkenburg als toeristisch centrum. Zijn ontwerp voor een nieuw raadhuis en zijn plannen voor de restauratie en gedeeltelijke heropbouw van de kasteelruïne werden niet uitgevoerd. Het door Cuypers ontworpen neogotische monument aan de voet van de Cauberg werd in 1954 bij een fataal busongeluk verwoest. Wel gerealiseerd werden:

Kuurhotel Huis ter Geul, thans Parkhotel Valkenburg (ca 1890-92)
Uitbreiding van de H.H. Nicolaas en Barbarakerk (1891)
Neogotische Grafkapel Habets op de begraafplaats Cauberg (1892)
Romeinse Katakomben (1908-10)
Openluchttheater Valkenburg (1915)

Wandelen en andere vormen van natuurbeleving behoren al sinds het midden van de 19e eeuw tot de pijlers van het toerisme in Valkenburg. Het Den Halderpark, het Odapark en het Park Dersaborg zijn echte stadsparken, met bloemperken, gazons, fraaie boomgroepen, kunstwerken en rustbanken. Het Geulpark, het Rotspark en het Kuurpark zijn eerder natuurparken, die uitnodigen tot stevige wandelingen. In de directe omgeving van Valkenburg bevinden zich verder diverse bossen en andere natuurgebieden, waaronder het Geuldal, de Cauberg, de Heunsberg, het Sint-Jansbosch, het Biebosch, het Schaelsbergerbos en het Ravensbosch.

Voor de lokale economie is het toerisme van allesoverheersend belang. De totale hotelcapaciteit in de gemeente Valkenburg aan de Geul bedraagt thans ca 4370 bedden; dit aantal is echter al vele jaren dalende. Ook het aantal campings is gedaald (in 2013 nog 9); het aantal recreatiewoningen daarentegen is sinds 2000 sterk gestegen (ca 630). In 2012 werden 1.136.969 overnachtingen geboekt in hotels, pensions, B&B's, vakantieappartementen, recreatiebungalows en kampeerterreinen in de gemeente.[2] Het aantal dagjesmensen, met name in de zomermaanden en rondom kerstmis, bedraagt een veelvoud daarvan.[3] De belangrijkste toeristische trekpleisters zijn de natuur rondom Valkenburg, het beschermde stadsgezicht van het historische stadje, een groot aantal kastelen, enkele watermolens en diverse typisch Limburgse carréboerderijen, en verder een reeks toeristische attracties. Valkenburg is zowel nationaal als internationaal bekend als locatie van wielerevenementen. Zo is er vijf keer het WK wielrennen op de weg verreden (in 1938, 1948, 1979, 1998, 2012) en zijn er twee keer etappes van de Ronde van Frankrijk aangekomen (in 1992 en in 2006). Op het nationale vlak is de plaats herhaaldelijk het toneel van landskampioenschappen en aankomsten in meerdaagse koersen. Sinds 2003 ligt de finish van de Amstel Gold Race op de top van de Cauberg.

In 2012 werd de Hill of Fame onthuld op de Cauberg, bestaande uit stalen tegels waarmee de wereldkampioenen wielrennen worden geëerd. Deze dienen ter vervanging van de paaltjes met plaquettes die eerder in het Kuurpark werden geplaatst.

De gevlekte aronskelk (Arum maculatum) is een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae). Het is een vrij zeldzame plant die vooral voorkomt in vruchtbare en vochtige loofbossen. Ook nabij heggen en in de buurt van longkruid en daslook komt de plant voor.
De gevlekte aronskelk is een overblijvende, kruidachtige plant die 20-40 cm hoog kan worden. De wortelstok loopt uit in een knolletje met vele zijwortels. De bladeren zijn groot en pijlvormig en soms bruin- en zwartgevlekt. De bloeiwijze verspreidt een lucht van rottend vlees, waar vliegjes op af komen. Wanneer ze op het blad van de bloeiwijze komen, dan glijden ze naar binnen. Ze kunnen de bloem dan niet verlaten. De volgende dag echter, is het blad minder glad waardoor ze de bloeiwijze verlaten kunnen en het stuifmeel mee naar buiten nemen. De bloeitijd is van april tot mei. De bessen zijn stralend rood.
De gevlekte aronskelk is een kensoort voor de klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond.
De knollen van de plant bevatten veel zetmeel en kunnen gekookt gegeten worden. De plant zelf is giftig in verse toestand en licht giftig als deze gedroogd is. In de fytotherapie wordt de plant gebruikt tegen heesheid, hardnekkig hoesten en keelpijn. Aronskelk bevat aroïne, saponine, glycoside, lycopine en calciumoxalaat.

 

 
 

 

 

 

Fotogalerie van de tocht

Kaart en hoogteprofiel van de tocht

Commentaar leveren

Wil je commentaar leveren?